HEADER

Download de A3-flyer voor een impressie.


Inleiding

Hoe komt het dat er door de eeuwen heen verschillende en soms zelfs tegenstrijdige verklaringen voor natuurverschijnselen bedacht, uitgewerkt en geaccepteerd zijn? De samenleving, met haar verscheidenheid aan denk- en wereldbeelden, blijft constant in beweging. Theorieën komen op om vervolgens weer te verdwijnen en plaats te maken voor nieuwe verklaringen.

Op het verleden terugblikkend zien we dat de filosofie en wiskunde uit de klassieke oudheid, en de innige relatie tussen geloof en wetenschap in de eeuwen daarna, uitmondden in de 'Wetenschappelijke Revolutie'. Het wereldbeeld veranderde rigoureus. Het verzamelen, systematiseren en meetbaar maken van de wereld kreeg uiteindelijk een plaats in de moderne universiteiten. Ook de natuurfilosofie van vroeger veranderde mee en groeide uit tot een groep afzonderlijke bètadisciplines. Specialisaties die met behulp van strikt wetenschappelijke methodes en toetsbare hypothesen een bijdrage leveren aan de verdere uitbreiding van Kennis.

Dit was altijd het gebruikelijke succesverhaal: wetenschappers van vroeger die een rechte weg hebben bereid naar vandaag, met modellen die nog steeds zijn terug te vinden in Binas. Maar is het wel zo eenvoudig? Stonden theorieën wel voor hoe we ze nu interpreteren? Hoe verklaar je de vele mislukkingen en dwaalwegen in het succesverhaal? Wanneer spreek je van echte natuurwetenschappen? En wat is wetenschap eigenlijk?

De module 'Proeven van Vroeger' maakt leerlingen bewust van de historische context achter de omlijnde onderwerpen van de bètavakken. Leerlingen krijgen een inleiding op de westerse wetenschapsgeschiedenis tot eind 19e eeuw, maken kennis met oorspronkelijk bronmateriaal en doen zelf onderzoek naar experimenten uit het verleden. Hierbij komen aspecten als de autoriteit van de onderzoeker als mogelijk doorslaggevende factor ter sprake.

Opzet van de module

De module begint met een overzicht van de westerse wetenschapsgeschiedenis van de Oudheid tot in de 19e eeuw van ongeveer drie tot vier weken (20 SLU). De lessen worden thuis voorbereid door het lezen van bijbehorende teksten in de reader en het maken van de bijbehorende opdrachten.

Bij het behandelen van de onderwerpen worden deze 'leesopdrachten' behorende bij de teksten besproken en worden (groepsgewijs) verschillende soorten primaire bronnen bestudeerd. Leerlingen analyseren afbeeldingen, lezen oud-Nederlandse teksten en werken historische wiskunde uit.

Tijdens het historisch practicum herhalen de leerlingen een experiment uit de Wetenschappelijke Revolutie met oorspronkelijke instrumenten. Ze verplaatsen zich in het toenmalige wereldbeeld. Van daaruit bediscussiëren ze uitkomsten en implicaties van het experiment. Was het wel zo doorslaggevend? Als de reisafstand het toelaat kan dit practicum in het Universiteitsmuseum Utrecht worden uitgevoerd. Het museum stelt hiervoor historische instrumenten ter beschikking. Het practicum kan dan dan prima worden gecombineerd met een rondleiding door de vaste tentoonstelling van het museum, die aan de hand van de collectie laat zien hoe wetenschap werkt. Het practicum kan ook met regulier practicummateriaal op school worden uitgevoerd.

In de tweede helft van de module (20 SLU) werken de leerlingen in groepjes aan een eindopdracht. Mogelijke thema's en onderzoeksvragen zijn hier te bekijken. De eindopdracht kan op verschillende manieren vorm krijgen; te denken valt aan een geschreven werkstuk, een (poster)presentatie of een digitale tentoonstelling.

Leerdoelen

De belangrijkste leerdoelen zijn:

De module is zo opgezet dat ook de volgende vaardigheden worden opgedaan: het analyseren van historische bronnen; het opstellen van een onderzoeksvraag; het beantwoorden van die onderzoeksvraag door historische onderzoek; het presenteren van dat antwoord in een eindwerkstuk.

De uitgebreidere leerdoelen zijn te vinden in de lerarenhandleiding op de docentenpagina.

Voorkennis

De module is opgezet om vanaf halverwege vwo5 gegeven te kunnen worden. Uiteraard is het ook mogelijk om hem, met enige aanpassingen, naar een eerder moment te verplaatsen of te gebruiken binnen ANW. Houd er wel rekening mee dat achtergrondmateriaal soms alleen in het Engels beschikbaar is. Sommige eindopdrachten en thema's zijn daarom wellicht minder bruikbaar in een lager leerjaar. Ook is het van belang om afhankelijk van de plaatsing in het curriculum bewuster om te gaan met het beschikbare bronmateriaal en zelf in mindere of meerdere mate literatuur voor te selecteren. Op de docentenpagina en in de lerarenhandleiding wordt per thema de specifieke voorkennis behandeld.

Geschiedenis als keuzevak in het profiel wordt aangeraden maar is zeker niet vereist. De module bouwt voort op de algemene (cultuur-historische) kennis opgedaan in de onderbouw.

Sommige opdrachten hangen inhoudelijk samen met onderdelen van het bovenbouw bètacurriculum. Denk bijvoorbeeld aan concepten als druk, de gaswet, de brekingswet, mechanica, bloedbanen in het lichaam, de werking van het hart of evolutie. Het is dan ook aan te bevelen om de (variant van de) module passend in te roosteren. Op een enkele opdracht na wordt het wiskundig instrumentarium zoals nodig bij de bètavakken niet gebruikt.

Over het Junior College Utrecht

Het Junior College Utrecht (JCU) is een samenwerkingsverband tussen de faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht en 26 scholen voor voortgezet onderwijs uit de regio Midden Nederland. Het doel van het JCU is het verbeteren van de aansluiting tussen vwo en universiteit in de bètavakken. Op het JCU volgen jaarlijks ongeveer 100 leerlingen uit 5 en 6 vwo een uitdagend programma in de bètavakken. Zij komen hiervoor twee dagen per week naar de universiteit en volgen daar de bètavakken in plaats van aan hun eigen school. Inmiddels hebben sinds 2004 hebben vier jaarklassen van het JCU eindexamen gedaan.

Het JCU is tevens een proeftuin voor de ontwikkeling van nieuw aansprekend bètaonderwijs. Samen met universitair docenten en bètadocenten van onze partnerscholen ontwikkelt zij lesmaterialen voor de JCU-leerlingen. We evalueren en verbeteren de lesmaterialen, en vervolgens stellen ze deze materialen en de didactiek beschikbaar aan docenten van alle scholen in Nederland.

Voor meer informatie: JCU website, JCU publicaties en nieuws van het JCU

Over het Utrecht Institute for the History and Foundations of Science

Het Instituut voor de Geschiedenis en Grondslagen van de Wiskunde en Natuurwetenschappen (IGG) is een onderzoeksinstituut van de faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht. Het instituut heeft twee aparte afdelingen, één voor grondslagen van de natuurwetenschappen en één voor de geschiedenis. Het IGG is betrokken bij twee onderzoeksmasters, History and Philosophy of Science in samenwerking met het departement Wijsbegeerte en Historical and Comparative Studies of the Sciences and Humanities vanuit het Descartes Centre voor Wetenschapsgeschiedenis en Wetenschapsfilosofie. In België en Nederland werken wetenschapshistorici samen in het Genootschap voor Wetenschaps- en Universiteitsgeschiedenis: Gewina. Het Gewina kent ook een werkgroep voortgezet onderwijs.

Voor meer informatie: IGG, Gewina en het Descartes Centre

Copyright

Voor informatie over de kopieer- en gebruiksrechten van deze module kunt u terecht op deze pagina.

PLAATJE